Wat is de RVU-regeling?
Sinds 2006 is het fiscaal niet meer mogelijk om vroeg- of prépensioen op te bouwen en dus vervroegd met pensioen te gaan. Werknemers worden gestimuleerd om tot hun pensioendatum door te blijven werken. Werkgevers worden bestraft indien zij werknemers financieel compenseren om eerder te stoppen met werken. Indien zo’n financiële compensatie als ‘Regeling voor Vervroegde Uittreding’ wordt gekwalificeerd, krijgt de werkgever een boeteheffing van 52% over de hoogte van de uitkering. Daarnaast wordt de uitkering bij de werknemer “gewoon” belast.
Wat betekent het Pensioenakkoord voor de RVU?
De werkgever is dus een RVU-heffing over de RVU-uitkering verschuldigd. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat deze RVU-heffing tijdelijk komt te vervallen in de periode 2021 tot en met 2025. Met het vervallen van de RVU-heffing, is het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers eerder te laten stoppen met werken en financieel te compenseren. Met name in branches met zware beroepen is deze mogelijkheid positief ontvangen.
Wanneer kan je gebruik maken van deze regeling?
De werkgever is géén RVU-heffing verschuldigd voor werknemers die maximaal 36 maanden jonger zijn dan de voor hen geldende AOW-leeftijd over een RVU-uitkering tot € 22.164,- (2021). Het bedrag van € 22.164,- wordt de RVU-drempelvrijstelling genoemd. De hoogte van deze RVU-drempelvrijstelling komt overeen met de netto AOW-uitkering. De drempelvrijstelling wordt in de jaren 2021 tot en met 2025 dan ook jaarlijks herzien, zodat deze blijft aansluiten bij de AOW-uitkering.
Over het gedeelte boven de RVU-drempelvrijstelling is de werkgever wel RVU-heffing verschuldigd. Daarnaast moeten jij en je werknemer het samen eens zijn over het vertrek en de bijbehorende financiële compensatie.
Aanvullende mogelijkheden
Wanneer de hoogte van de uitkering vanuit de Regeling voor Vervroegde Uittreding voor je werknemer niet voldoende is om eerder te kunnen stoppen met werken, zijn er nog de volgende aanvullende mogelijkheden:
- Jouw werknemer kan een deel van het ouderdomspensioen eerder laten ingaan
- Jouw werknemer kan de pensioenuitkering laten variëren. Daarbij ontvangt de werknemer eerst een hoge pensioenuitkering, waarna de pensioenuitkering zal zakken
- De wettelijke mogelijkheden om verlof te sparen worden uitgebreid. Het maximaal te sparen verlof wordt verhoogd van 50 naar 100 weken
Let er wel op dat bovenstaande keuzes mogelijk gevolgen hebben voor de hoogte van bijvoorbeeld de huur- of zorgtoeslag.
Voorbeeld RVU-regeling
Stel je werknemer is 64 jaar en verdient een salaris van € 4.630,- bruto per maand. Dat is € 3.163,- netto per maand. Als de werknemer doorwerkt tot de AOW-leeftijd, krijgt hij/zij vanaf 67 jaar een AOW-uitkering van € 11.220,- per jaar en een pensioenuitkering van € 19.837,- per jaar. Dit is € 2.129,- netto per maand.
In het geval de werknemer vervoegd met pensioen gaat, ontvangt de werknemer vanaf 64 jaar een RVU-uitkering van € 1.847,- bruto per maand. De werknemer kiest er ook voor om de pensioenuitkering vervroegd in te laten gaan, waardoor de totale jaarlijkse pensioenuitkering lager wordt. Vanaf 64 jaar krijgt de werknemer € 1.905,- netto per maand (RVU-uitkering plus pensioenuitkering). Vanaf 67 jaar krijgt de werknemer € 1.810,- netto per maand (AOW-uitkering plus pensioenuitkering).
De werknemer levert dus tot 67 jaar € 1.258,- netto per maand in en vanaf 67 jaar € 319,- per maand.
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op via info@felixxwerkt.nl of bel ons op 085-083 10 00.