Keuze verschilt per werknemer
Of het nu gaat om pensioen- of lijfrentesparen, voor beide is wat te zeggen. De keuze zal per werknemer verschillen. In een eerder artikel werd al aandacht besteed aan extra pensioensparen via de pensioenregeling. In dit artikel gaan wij dieper in op het lijfrentesparen.
Lijfrente-sparen
Bij een aantoonbaar pensioentekort kan er ook voor gekozen worden om jaarlijks premie in te leggen in een lijfrenteverzekering of een bancaire lijfrenterekening. Het bedrag dat ingelegd wordt mag als aftrekpost opgevoerd worden bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Het pensioentekort wordt daarbij aangetoond via de jaarruimteberekening. Deze berekening kun je zelf maken op de website van De Belastingdienst. Je kunt deze ook door je financieel adviseur laten verzorgen. Voor de hoogte van het inkomen mag in tegenstelling tot pensioensparen wel de bijtelling van de auto van de zaak meegenomen worden. Afgezien van de franchise die van toepassing is, wordt de hoogte van de jaarruimte ook beïnvloed door het pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd. In een schema ziet dit er als volgt uit:
Is in de voorgaande jaren de volledige jaarruimte niet benut? Dan mag je de niet benutte jaarruimte alsnog (gemaximeerd) gebruiken in de reserveringsruimte.
In de opbouwfase wordt eigenlijk niet meer gekozen voor een levensverzekering. Hierdoor is deze mogelijkheid bijna niet meer aanwezig. Een van de hoofdredenen is dat bij een bancaire lijfrente rekening het opgebouwde lijfrentekapitaal automatisch op basis van het erfrecht ter beschikking komt voor de nabestaanden bij overlijden.
Gedurende de opbouwfase kan op een bancaire lijfrente rekening verder gekozen worden voor een variabele rente. Of je kunt het al gespaarde bedrag voor een langere termijn vastzetten in een deposito (met een hogere rente dan de variabele). Daarnaast kun je kiezen voor een beleggingsrekening.
Voor het gespaarde lijfrentekapitaal wordt op de pensioen ingangsdatum een lijfrente-uitkering aangekocht. Bij een levensverzekeraar kan dit levenslang zijn maar bij een bancaire lijfrente-uitkering is de minimale duur 20 jaar na de AOW-datum. Wanneer het lijfrentekapitaal eerder ingaat, komen daar ook de jaren voor de AOW-datum bij. Met een lijfrentekapitaal zijn er meer mogelijkheden dan bij een pensioenkapitaal. Zo kan bijvoorbeeld ook gekozen worden voor een tijdelijke uitkering. Ben je toe aan het genieten van de oude dag? Dan adviseren wij je contact op te nemen met je financieel adviseur en de mogelijkheden (en beperkingen) te bespreken.
Voordelen van lijfrente-sparen
- De inleg is belastingvrij.
- Er mag zelf bepaald worden hoe vaak en hoeveel er ingelegd wordt.
- Je bent vrij om de uitvoerder te kiezen of van uitvoerder te wisselen.
- Bij wisseling van werkgever kun je op de eigen lijfrenterekening doorsparen.
- Ruimere mogelijkheden op de ingangsdatum. Zo hoeft de uitkering niet levenslang te zijn.
- Bij overlijden komt het gespaarde kapitaal ter beschikking van je erfgenamen.
- Geen onderdeel van Box III (vermogen).
Nadelen van lijfrente-sparen
- Geen tussentijdse opname mogelijk (in vergelijking tot netto-sparen).
- Voor de hoogte van de inleg (en de jaarlijkse belastingaangifte) is een berekening nodig.
- In de uitkeringsfase worden de uitkeringen belast.
- Ten opzichte van pensioensparen is meestal een lagere inleg mogelijk.
Pensioensparen of juist lijfrente-sparen
Zoals eerder genoemd valt voor beiden wat te zeggen. Alhoewel de voorgaande uitleg niet uitputtend is, gaan wij ervan uit dat je met deze kennis in staat bent een afgewogen beslissing te nemen voor pensioensparen of juist lijfrente-sparen. Of misschien wel beide naast elkaar?
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op via info@felixxwerkt.nl of bel ons op 085-083 10 00.