Pensioenopbouw
Oude situatie
De meeste pensioenregelingen zijn zo ingericht dat er sprake is van een beschikbare premieregeling met een stijgend premiepercentage. Met deze pensioenregeling bouwen je werknemers meer pensioen op naarmate ze ouder worden.
Nieuwe situatie
Door de Wet toekomst pensioenen mogen werknemers alleen nog pensioen opbouwen door middel van een gelijkblijvend premiepercentage. Dit betekent dat deze premie voor alle leeftijden hetzelfde is. Een jonge werknemer heeft dus hetzelfde pensioenpremiepercentage als een oudere werknemer.
Keuze voor jou als werkgever
Zodra je overgaat van een stijgend premiepercentage naar een gelijkblijvend premiepercentage is de kans groot dat voor een deel van je werknemers de premie-inleg en daarmee de pensioenopbouw omlaag gaat. Hoe groot de groep werknemers is die achteruitgaat, is afhankelijk van de hoogte van het gelijkblijvende premiepercentage. Werknemers die erop achteruitgaan, moeten gecompenseerd worden. Door werkgevers te dwingen van een stijgend premiepercentage naar een gelijkblijvend premiepercentage over te gaan, worden veel werkgevers een compensatievraagstuk met hun werknemers in gedreven.
De overheid heeft dit laatste als onwenselijk beoordeeld. Daardoor is er in de nieuwe wetgeving een keuze opgenomen voor overgangsrecht. Dit overgangsrecht houdt in dat de bestaande groep werknemers pensioen mag blijven opbouwen in de bestaande pensioenregeling met een stijgend premiepercentage. De keuze om van dit overgangsrecht gebruik te maken moet vóór 1 oktober 2027 worden gemaakt.
In het kort komt dit op het volgende neer:
-
Eén pensioenregeling: kies je voor één pensioenregeling, dan moeten je huidige werknemers ook naar een gelijkblijvend premiepercentage worden omgezet. Dit heeft voor iedere werknemer andere gevolgen voor de toekomstige pensioenopbouw. Daarom moeten werknemers die erop achteruitgaan gecompenseerd worden.
-
Twee pensioenregelingen: kies je voor het overgangsrecht, dan krijg je twee pensioenregelingen binnen je organisatie. Je huidige werknemers blijven gebruikmaken van de stijgende premiestaffel. Hierbij geldt het compensatievraagstuk niet. Wel start je een tweede pensioenregeling voor nieuwe werknemers. Zij bouwen pensioen op met een gelijkblijvend premiepercentage. Dit is een keuze die je niet makkelijk maakt. Belangrijke overwegingen zijn de plek die je pensioen geeft in je arbeidsvoorwaardenpakket en wat de verwachte in- en uitstroom van personeel de komende jaren is. Ook wordt pensioen steeds makkelijker vergelijkbaar. Hoe competitief wil je blijven voor bestaande en nieuwe werknemers ten opzichte van je concurrentie?
Toetredingsleeftijd naar 18 jaar
Oude situatie
De toetredingsleeftijd bepaalt vanaf wanneer je werknemer recht heeft op pensioenopbouw. In de huidige pensioenregelingen staat de uiterlijke toetredingsleeftijd op 21 jaar. Dit is de oude wettelijke leeftijd. Er zijn al pensioenregelingen waarbij een lagere toetredingsleeftijd geldt.
Nieuwe situatie
Vanaf 1 januari 2024 ben je verplicht om een toetredingsleeftijd van uiterlijk 18 jaar te hanteren. Je jongere werknemers kunnen daardoor eerder recht op pensioenopbouw krijgen. Let op: heeft je pensioenregeling een toetredingsleeftijd van 21 jaar vastgelegd? Dan moet je deze uiterlijk op 1 januari 2024 hebben aangepast naar 18 jaar.
Win advies in
In de maanden september en oktober verwachten wij dat pensioenuitvoerders het definitieve premiepercentage vaststellen voor de groep werknemers van 18 jaar tot (maximaal) 21 jaar. Ook zullen uitvoerders aangeven op welke manier zij deze aanpassing aan de juridische documenten toevoegen.
Voor jou als werkgever raden wij aan om alvast na te gaan of je werknemers in dienst hebt of wilt aannemen die vallen in de leeftijdscategorie 18 tot en met 20 jaar, voor zover zij nog niet deelnemen aan de pensioenregeling. Heb je relatief veel jonge werknemers die vanaf 1 januari 2024 verplicht gaan deelnemen aan de pensioenregeling? Dan is het verstandig om hier tijdig over na te denken en advies in te winnen. Het kan namelijk ook gevolgen hebben voor de werknemersbijdrage. Wat ook niet onvermeld mag blijven: ook (jonge) oproepkrachten moeten verplicht deelnemen aan de pensioenregeling.
Partnerpensioen
Oude situatie
De hoogte van het partner- en wezenpensioen is afhankelijk van het aantal dienstjaren dat een werknemer in dienst is, plus de toekomstige dienstjaren tot aan de pensioendatum. Ook factoren zoals echtscheiding, baanwisselingen en werkloosheid kunnen van invloed zijn op de hoogte van het partnerpensioen.
Nieuwe situatie
Het partnerpensioen is niet meer afhankelijk van het aantal huidige en toekomstige dienstjaren. Het nieuwe partnerpensioen wordt namelijk verzekerd op basis van een percentage van het actuele salaris. Dit percentage mag maximaal 50% zijn. Dit is veel duidelijker: bijna geen enkele werknemer weet de hoogte van zijn partnerpensioen, maar elke werknemer weet wel zijn salaris.
Keuze
Je moet een keuze maken over het percentage van het salaris dat levenslang wordt uitgekeerd op het moment dat je werknemer tijdens het dienstverband overlijdt. Hiervoor zijn een aantal opties. De kunst is om de achteruitgang in partnerpensioen uit te sluiten of zo minimaal mogelijk te houden.
Houd daarbij goed in gedachten dat een achteruitgang in de uitkering bij overlijden zeer zorgvuldig en volledig met de betreffende werknemers moet worden gecommuniceerd en gecompenseerd. Overlijden is helaas een risico dat zich op elk moment kan voordoen. Daarom wil je voorkomen dat je door een wijziging in het partnerpensioen een aansprakelijkheidsrisico in huis haalt dat voorkomen had kunnen worden.
Wij gaan daarom graag met je in gesprek om een keuze te maken waarin we een balans vinden tussen de hoogte van het partnerpensioen en de financiële last die dat met zich meebrengt.
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op via info@felixxwerkt.nl of bel ons op 085-083 10 00.